Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERGETEN IN DEN TUIN

het ronde gezicht van den grappigen Janus, wiens hoed achter op zijn hoofd stond. Er was een soort schermutseling, wie de mand met glazen zou dragen, maar Greet gaf die toch niet af voor zij in 't prieel was.

„Ze is 'n ganf van 'n meid", zei Janus; „wat ze eens te pakken heit, houdt ze."

Onder algemeenen bijval met deze nieuwe aardigheid, keek het gezelschap toe bij wat Greet allemaal op de kleine tuintafel zette: de glazen (ik herkende vader's groene rijnwijnglazen!), de flesschen, de zakjes.

,,'t Is goeie", zei de vader.

,,'k Ben meer jarig", meende Janus; „da's beter dan thee, Greet, je bent 'n beste."

„Mooie glaassies ben dat", merkte de moeder op.

„Uit het kastje in de voorkamer!" wilde ik juist zeggen, toen Greet, die (ik had 't wel gezien) met Door gefluisterd had, me bij de hand nam: „Zeg nou maar goeien nacht, Marietje, want 't 'is je tijd."

„Neen, 't is nog geen acht uur, en ik mag tot half negen ..."

„Komaan, geen praatjes", zei Greet.

'k Schudde met de noord- en zuid-vlechtjes: „neen — tot half negen, 't is beloofd!" •— Dat er nog een belofte niet scheen vervuld te

207

Sluiten