Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERGETEN IN DEN TUIN

maar dan zouden ze mij heelemaal niet kunnen vinden I Ik omarmde dus alleen maar den breeden tak die 't dichtst bij was, die juist zoo laag hing dat ik, op de teenen staande, zijn vochtig geurende bast kon ruiken. Bij den heven ouden vriend werd ik week. Ik kreeg meelij met mezelf, en als een echte tooneelmoeder voelde ik mij door den tragischen toestand opeens als een heldin. Hier bij de lieve Jut zou Marietje morgen gevonden worden. Verschrikkelijk zou 't zijn. Een kind dat vergeten was in den tuin. O, 't kon best dat zij me heelemaal vergaten daarbinnen; dat Pa en Moes als zij thuis kwamen eens niet in m'n kamer naast de hunne gingen kijken „om 't kind niet wakker te maken!" 't Kon best! want Pa kwam deze keer niet van ,,'t Servetje", het souper in Oefening, dat altijd een verrassing voor me bracht in den vorm van een zakje bruidsuikers dat 's morgens naast m'n bed lag door vaders zorgende hand. Hij was naar de lezing van mijnheer Emants, en daar zouden geen bruidsuikers zijn — en nu ik aan het comediestuk dacht en aan allen die daar waren, luisterende naar de lezing, aan al die menschen in een mooie lichte kamer, werd het meelij met mezelf nog dieper. „De groote menschen hebben plezier — ze luisteren naar het stuk, ze gaan 't spelen, en in de keuken

217

Sluiten