Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONZE MEI

Mijn jongste zuster heeft ons eens verteld: Ze geloofde, toen ze een kind was, dat er een dag zou komen waarop ze plechtig bij vader en moeder in den salon zou worden geroepen, en dan zou haar worden verteld wie God was. — Mijn ouders waren lid van „De Vrije Gemeente"; mijn vader was orthodox opgevoed, maar later modern geworden. Vader vroeg ons ongetwijfeld even goed naar Bijbelteksten als naar verzen van de „classieken', en op ons twaalfde jaar kregen we godsdienstonderwijs. Ook gingen mijn ouders naar de kerk; vader had een voorliefde voor dominees, — ze mochten dan orthodox of modern zijn — met redenaarstalent. Hij deed ze ook graag na, met luide stem en groote gebaren, — hij had er schik in wanneer ze bijna over den preekstoel heenvlogen in hun boetpredikersijver. En dan 's Zondags, na het eten:

„Kind, zoek jij het PredikJjeurtenblad eens voor me, ik ga naar de avondkerk". — „Ja vader.",

Maar moeder kon een glimlachje niet bedwingen. De keus viel vader moeilijk, en hij trok zijn servet over zijn hoofd, om eerst een klein dutje te doen. Daarna was het dan natuurlijk voor de kerk te laat. Maar wat ik eigenlijk vertellen wilde: We hadden in ons huis

236

Sluiten