Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONZE MEI

onder haar werk; ze had een üeve, zachte stem, en ik luisterde naar haar. Ze zong alle schoolliedjes, maar ook de bekendste liederen van Schubert, Schumann, Mendelssohn, enz. Nog toén ik achttien jaar oud op de Muziekschool kwam, had ik neiging om tegen een meisje, dat een heel gewoon Duitsch lied niet kende, te zeggen: maar dat leer je toch van je moeder? Vader placht te zeggen dat geen van zijn kinderen muzikaal was, en we protesteerden niet. Zelf wist hij niets van muziek, hij „bromde" alleen, precies zooals zijn vader dat gedaan had.

Dit brommen was een soort neuriën zonder melodie en met dichten mond; het bleef op één toonhoogte, het was als het zoemen van een insect. Vader deed het veelal onbewust, terwijl hij werkte. En als het stil was in huis, konden wij het beneden duidelijk hooren. Het was een geluid waarvan ik, later vooral, veel hield. Of ik zelf ooit in huis zong, als kind, weet ik niet; ik zou denken van niet; degeen die zong, was waarschijnhjk alleen moeder. Toch werd het zingen later een heerlijkheid voor me, en een bijna noodzakelijke uitstorting van gevoel. — Al heel jong hield ik van versjes opzeggen; ik deed dat zangerig en bewoog mijn lichaam erbij heen en weer op het rhytme, ik denk zoo ongeveer op de manier van mevrouw Dorbeen uit

238

Sluiten