Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het vuur in den haard laten branden en warme pannekoeken» versch brood en kaas op de vensterkozijnen zetten voor de arme zielen, die achter den Ankoe aan over de donkere wegen zwerven, Zoekende naar het huis, waar ze vroeger woonden» „Hier in Quimper ook?" heeft Rivalain gevraagd. Maar z'n moeder, die juist de keuken binnenkwam en het hoorde, sloeg den arm om hem heen: „Dat is enkel nog maar in de bosschen of bij de zeekust, m'n jongen» In de steden is er te veel licht en geraas voor de schimmen van de dooden"»

Rivalain is negen jaar, scholier en misdienaar en al levenswijs genoeg om aan moeders stem te hooren, dat ze alleen zoo sprak om hem gerust te stellen.

Toch is 't niet van angst, dat hij wakker blijft liggen. Enkel immers eerst omdat hij vergat te bidden, en nu omdat hij niet slapen wil, terwijl hij bidt: „Heer, geef haar de eeuwige rust en het eeuwige licht verlichte haar *

Hij prevelt het weer en over, oogen dicht, handjes samen. Tot hij opeens rechtschokt en met ingehouden adem luistert»

Klopte er iemand tegen zijn venstertje? Opnieuw hoort hij dat vreemde tikken — niet een klop met knokkel of vuist, maar lichter en sneller — alsof een vogel met, zijn bek tegen de ruit slaat.

't Kan niet anders dan een vogel zijn! Rivalain houdt van alle dieren en van vogels het meest» Hij kan de gedachte niet verdragen, dat er misschien zoo'n lieve witte zeemeeuw in den

xo

Sluiten