Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vellen. Bij iederen bijlslag slaakte de boom een doffe klacht, die in het hart van den eenzamen man een pijnlijken weerklank vond.

„Hoe duif je dien ouderling van het bosch Zoo te mishandelen !" vroeg hij woedend.

„Wel", antwoordde de man, „ik ga er planken voor m'n zolder van zagen".

„Pas maar op, dat 't niet voor je doodkist is", dreigde de Heilige. Op hetzelfde oogenblik viel de eik neer en verpletterde den houthakker. Niemand twijfelde er aan, of Ronan was hier opnieuw de eenige schuldige. Sinds zon men in heel de streek alleen nog op middelen om hem kwijt te worden. Op een open plek van het woud werden geheime bijeenkomsten belegd in het bleeke licht der maan, die deze heidenen aanbaden als de godin der nachtelijke ondernemingen. Niets meer of minder werd er geopperd dan hem 's nachts in z'n takkenkluis te overvallen en hem verraderlijk midden in z'n slaap te dooden. Maar de meester van den heerenhof Kernevez, een verstandig en verdraagzaam man, kwam tusschenbeiden en zei dat zooiets niet alleen een misdaad, maar ook nog heel gevaarlijk zou zijn.

„Een van beiden", besloot hij „óf Ronan heeft niet de onheilsmacht, die hem wordt toegeschreven, en waarom dan de goddelijke en menschelijke wetten te schenden door hem te dooden ? — ófwel, hij heeft die macht inderdaad, en wat vermogen dan uw ellendige aanslagen tegen hem? Indien hij een toovenaar is, zooals ge denkt, dan heeft hij van onze wraak niets te vreezen, terwijl wij alles van hem te vreezen

ax

Sluiten