Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit en dadelijk opende de kluizenaar de oogen. Hij toonde zich heelemaal niet verwonderd den hoevenaar daar op eenige schreden van z'n hut te zien in de houding van een smeekeling. Hij ging naar hem toe, zei hem op te staan en hem te volgen. Toen gingen ze samen op weg, midden door de hooge eenzaamheid. Hun blik zwierf over de wijde velden en over de zee, die de zonsopgang met een purperen damp overtoog. Een onuitsprekelijk zoete droommuziek zong in het kalme ruischen der golven. Levenslang had de meester van Kernevez in dit oord gewoond; hij kende het totinde minste bizonderheden, maarvoor het allereerst werd hem in dit uur de innerlijke beteekenis er van geopenbaard, 't Leek hem of hij het zag met nieuwe oogen, helderziende als nooit. En zonder te weten waarom, schreide hij tranen van verteedering als een kind. Ronan' Zei hem: „Hou die tranen niet tegen — schrei maar, schrei God komt uw ziel binnen".

Ringsom geurden de varens; luwe ademen dreven door de doorzichtige lucht* Nooit was er een dageraad zoo schoon, die de aarde een Zoo onweerstaanbare bekoorlijkheid gaf*

Toen Ronan oordeelde, dat de ziel van z'n gezel genoeg was toebereid om het goede zaad te ontvangen, begon hij hem de wonderbare levensgeschiedenis van Jesus te vertellen, die de woestijn wijdde tot een oord van gebed; die predikte op de toppen der bergen met de zee aan zijn voeten, en aan de kinderen der menschen de alomvattende liefde leerde* De kluizenaar, die berucht was als een woesteling, sprak met

33

Sluiten