Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Heilige bad, den blik ten hemel gericht. Toen z'n gebed ten einde was» sprak hij:

„Vrouw, ik geef je het gebruik van je ledematen terug» Ga naar je kinderen, die je vanavond niet te eten hebt gegeven» Door hun gejammer kon ik je woorden niet verstaan»"

Een weeklagen inderdaad, een zacht en aanhoudend weeklagen snikte in den zeewind*

„We zullen elkaar nog wel zien!" gromde Keben uitdagend.

„Geve God, dat 't in den hemel is!" antwoordde Ronan*

De vrouwe van Kernevez kwam thuis, meer verbitterd dan ooit* Dagenlang zat ze ineengehurkt op den haardsteen, zonderdat haar een woord over de lippen kwam* Niemand kon haar bewegen naar bed te gaan. Onbewegelijk en stom overwoog ze een afschuwelijk plan. Eindelijk, in een nacht, toen ze er zeker van was dat iedereen in huis sliep, stond Ze op en ging de slaapkamer van de kinderen binnen. Daar lag, tusschen haar broertjes, Soëzic, de oudste dochter, nog geen acht jaar oud: een blondje, mooi en fijn als een engel, de lieveling van haar vader, omdat ze zoo aardig en zachtzinnig was. Voorzichtig om haar niet wakker te schrikken, nam Keben haar in de armen en liep zachtjes naar de schuur. Daar stond in een hoek achter takkenbosschen verborgen een oude havekist, die geen dienst meer deed, gemaakt uit een ontzaglijke eikestronk in 't vuur uitgehold, met wanden zoo dik als die van de granieten sarcophagen waarin de stamhoofden begraven werden» De ontaarde moeder legde het kind op den bodem

3 — X04

29

Sluiten