Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geur van dampende cider en gebraden kastanjes uit tegen, en tegelijk een gekweel en gekwinkel als uit een vol spreeuwennest. Een jong gezin had zich daarbinnen genesteld, en de moeder met het borelingske aan de borst en de vijf andere dreumesen om en aan haar schoot, vertelde hem medelijdend dat Annaïk omstreeks Sint Jan was gestorven en begraven.

Yann streek met de groote bruine hand over voorhoofd en oogen, zette de nieuwe klompen met de vogeltjes schuchter en schielijk aan de voeten van het moedertje, en ging weer weg met een dof Kenavo*

Wie was er zoo eenzaam als hij in den Kerstavond ? Met het hoofd in de handen zat hij in de kerk van Rumengol neergeknield voor het beeld der Moeder Gods van alle-hulp* Almaar moest hij denken aan zijn kinderjaren en aan Annaïk, ieder woord en gebaar zich herinnerend en de wisselende stemmingen van de stilte en het licht om en in haar hut.

Toen hij bij het eerste voetengeschuifel onder de torenpoort zich oprichtte, meende hij één oogenblik nog de kleine knaap te zijn bij Annaïk, die zooeven haar lied had uitgezongen en hem aanzag met de schuwe teederheid, die hij nu eerst begreep

Toch was het niet Annaïk, die hem aanzag, maar de Moeder Gods van alle-hulp, wonderlijk vereenzelvigd met zijn pleegmoeders sluike gestalte en schuchter-innige wezen»

Nadat dezen keer de nachtmis was geëindigd en de koralen hun Gloria hadden uitgezongen,

48

Sluiten