Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er over het land, waar de kustrotsen wegwandelen/'

„Is de pestilentie van den nieuwen tijd geen ramp genoeg?" morde Yann mistroostig. Heller nog dan tevoren daagde hem het nieuwe inzicht over een ontredderde en verworden wereld.

„Ramp genoeg, meer dan genoeg," knikte de Pijper wijsgeerig, „maar wij die het weten, moeten Armor tenminste voor rouw bewaren."

Verbijsterd keek Yann het koddige ventje aan, dat daar sprak tot hem zooals hij zelf zou gesproken hebben — vroeger, vroeger......

„Bewaren?" herhaalde hij onwillekeurig, maar het was in hem een verwarring alsof er een wereld instortte, terwijl er een andere oprees.

„Ieder naar zijn macht en kracht. Daarom ga ik den Tro-Breiz doen. Bij elk graf van onze zeven heilige bisschoppen zal ik op . mijn pijpen'spelen, om ze daarboven wakker te roepen, de stichtiérs en beschermers van Bretagne. Ga je mèe? »#

Maar Yann, die zich bij Daniels voornemen en vraag verslagen de mindere voelde van den geminachte, schudde het hoofd. Hij, de begenadigde broeder der barden, zóó diep gezonken dat de belachen Pijper hem den weg moest wijzen?......

„Ga met God!" zei hij om zijn opwoelende afgunst te onderdrukken. „Ik moet den anderen kant uit."

„Ga niet zonder God, Yann," snerpte het manneke krakerig, en slimheid tintelde in de smalle oogspleten. Reeds was hij een paar voetstappen verder, toen hij nogeens zich omwendend riep: „Had Yann Rumengol maar niet met zingen opgehou-

67

Sluiten