Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik, die meende dat uw huis zou gelijken op de hut van Annaïk! Hoe kan uw huis zoo wijd zijn als de oneindigheid? Ik zie in den schijn der sterren wanden noch dak. Alleen de vloer is als het zilvergrijze zand der zee bij eb*"

„Volg me, Yann* We zijn niet verdwaald*"

„Kement'zo er maes, Doue d'ho c'honduo" prevelde Yann. Vaster en vaster drukte hij het kindeke aan zijn hart* als kon het hem beschermen terwijl hij het beschermde*

De vrouwe gleed voor hem uit als een bleeke lichtglans. Ze daalden* Een poort scheen open te wijken voor den druk har er vingertoppen*

Dan, geen sneeuw, geen sterren meer, geen klokken* Duisternis* Door een rotsengte gingen ze tusschen klamme muren, glinsterig van zilt vocht.

„Zonder u was het hier donkerder dan de nacht," zuchtte Yann. die door zijn teleurstelling voelde hoe hij heimelijk gehoopt had opgenomen te worden in wijde klaart en, ruimer en lichtender dan de eindeloosheid van zee en lucht.

„Heb je dan niet genoeg ervaren hoe de weg ter eeuwigheid heen voert door het dal der doo etsschaduwen ? Waarom zing je niet, Yann?"

„Ave Maria."

Ze wendde zich om en zag hem vorschend aan. „Weet je nu?"

„U zijt de Moeder Gods van Rumengol, aan wier voeten de vondeling lag*"

„Ik ben de Moeder Gods van Armor en waak over wie me zijn toevertrouwd."

„Al werden zij U ontrouw?"

„Juist dan met banger zorg."

8?

Sluiten