Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziel en lichaam onvolgroeiden man, wiens groote hoofd al te zwaar woog op z'n dwerggestalte met de smalle gedoken schouders, de spakerig dunne korte beenen en de te lange armen. Wanneer hij haar aanstaarde met z'n uitpuilende wezenlooze oogen, moest ze de hare weerzinnig afwenden, en 't was een droeve waarheid, dat in dezen eenigen Zoon van den scherpzinnigen maar trouweloozen Lodewijk XI het oude koningsbloed der Valois deerlijk verworden was en uitgeput, en dat hij met z'n hanglip en z'n sluike, ros-bestoppelde kin, haar met den dag dommer en leehjker scheen.

Anne van Bretagne poogde goed voor hem te zijn, zij die zoolang ze denken kon, gedroomd had levenslang goed te zijn voor alle menschen. Ze poogde een man van hem te maken, dien ze wèl kon liefhebben. En willig het hij zich leiden en beïnvloeden door die heel jonge vrouw, in wier eigen ziel alle krachten ontwaakten, die ze in de zijne zoo droevig miste*

Ze wist te bewerken, dat hij zich eindelijk losmaakte uit het regentschap van z'n voogdes* En een van z'n eerste eigenmachtige daden als koning, ook op Anne's onverdroten aandringen, was de bevrijding van z'n zusters laatsten gevangene, Louis van Orleans, uit dien gruwelijken kerker van Bourges, waar hij als aanstichter van het oproer, 't wreedste van allen gestraft, drie jaren lang in een traliekooi zat opgesloten.

't Was weer op Anne's voorstel, dat de koning dezen Louis van Orleans ter verzoening te gast vroeg aan hun hof van Blois. Orleans, die scheen te raden aan wien hij z'n verlossing eigenlijk

103

Sluiten