Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook weer het laatst kwam ze op den bergtop» waar Ronans steenen merrie nog even rustig in het heigras ligt neergevlijd als in de dagen toen ze waakte over de woon en de wegen van haar meester, en deze menigen keer geleund aan haar flank, de oogen het weiden over de oneindigheid van den oceaan, wier golven ze eenmaal bereden, zij samen, ruiter en ros van de zee»

In dichte kringen trokken dien dag, zooals immer en nu nog de beevaartgangers om de steenen merrie heen, en inniger smeeking bezielde hun bidden en zingen» Want de steenen merrie heeft haar wonderkracht nog niet verloren: haar wil is goed en haar rug breed en sterk genoeg om alle lasten en kwalen van de kranken en gekwelden in Bretagne op zich te nemen.

De twee-en-twintig-jarige met haar kantkapje tot kroon, stond daar vlak naast Ronans zeeros, legde haar fijn handje op den geweldig gedoken kop, en zag van dien hoogsten top der kustheuvels uit, niet westwaarts over den oceaan, maar door haar tranen heen over het land van koren en bosschen, dat zich breed en wijd naar het oosten uitstrekt, bewaakt door de kruisen van de zondoorspeelde open klokketorens, rank en sierlijk als fleurons en pinakels van kathedralen.

Anne dacht in dit oogenblik aan haar drie kinderen, Charles Orlando en zijn broertjes, die in de kathedraal van Tours naast het hoogaltaar slapen onder de koninklijke tombe, waarop het beeld der beide oudsten slaapt als zij zelf, stilletjes naast elkaar in de plooien van hun langen doodenmantel met den hermelijnen koningskraag, oogen dicht,

114

Sluiten