Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

[ de vreemde houthakkers voor ach roepen, en

l vroeg hun op hoogen toon bewijzen, dat ze waar-

i lijk kwamen uit naam en tot de eer van Christus.

Ivo. die dadeliik den afgunstigen laster doorzag

I waardoor heer Peters welgezindheid zoo in het tegendeel was omgeslagen, antwoordde kalm en I bescheiden, dat ze wel geen brieven of teekens I hadden om de oprechtheid van hun bedoeling te I bewijzen, maar dat de heer van Rostrenen, indien } 't hem behaagde, zich met eigen oogen en zijn I meetsnoer kon komen overtuigen, dat ze geen I enkelen boom meer hadden geveld dan de twintig, 1 die hun waren toegestaan en dan nog zulke hadden I uitgezocht, dat er geen duimbreed meer hout uit I het bosch van Rostrenen zou worden weggevoerd I dan voor den herbouw van Treguers kathedraal ! strikt noodzakelijk was. Overigens, heer Peter kon [ er zeker van zijn, dat hem ieder edelmoedig geI schenk tot Gods eer en verheerhjking hier en hierI namaals ruimschoots zou vergolden worden» De rustige woorden van Ivo overreedden den burchtheer hem inderdaad naar het bosch te volgen» Toen ze op de plek kwamen waar de I woudreuzen lagen neergestort, stonden ze wel heel I verwonderd 1 Want daar was heelemaal geen holle gaping in het bosch gekomen, niet de allerminste ; schending in de rijen der bronzen stamzuilen, al lagen de twintig ontzaglijke eiken daar ook neergestort. Het woud leek hier dichter dan ooit, en al was 't toch nog altijd maar Februari, daar ■ omhoog weefden de versch ontsproten goudI kleurige eikenbladeren over hun hoofden en de omgehouwen stammen zachte schaduwen. Toen

o — 104

125

Sluiten