Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonen en er zooveel van den grond te ontginnen als ze zouden noodig hebben, begonnen ze om de vier kluizen heen het hout te rooien, en 't werden daar binnen korten tijd weien en welige akkers. De pelgrims van heinde en ver, en ook de bewoners der omliggende hoeven en hutten, dankbaar voor de leering, den steun en den troost, die Kenan en de zijnen hun schonken, waren gelukkig dat zij hun als tegengaven de een en schop en spade, weer anderen eg en ploeg mochten verschaffen om hun akkers te bewerken en al gauw ook zes sterke blanke ossen om ploeg en egge en de karren met den oogst voort te trekken.

De vier kluizenaars verdeelden zoo trouw hun uren tusschen bidden en werken en weldoen, dat er hun allerminst tijd overbleef om zich te storen aan de plagerijen van hun nabuur Theoderic. Deze zag met leede oogen hun nederzetting aan, daar midden in de bosschen die hij altijd als zijn jachtgebied had beschouwd, en waar hij er kans toe zag, versperde hij hun de wegen en poogde hij het landvolk tegen hen op te ruien, door hen nooit anders te noemen dan indringers en huichelaars.

Een zonnigen nanoen in Wijnmaand, toen Kenan in den koelen binnenschemer van zijn zodencel uit zijn groot, eigenhandig geschreven getijdenboek, de vesperpsalmen zat te bidden, werd hij opgeschrikt door een ongewoon gedruisch buiten, en haast tegelijkertijd stormde een groote hinde zijn kluis binnen, die meteen rillend en hijgend stilstond, toen hij opsprong en de armen openbreidde. Het dier zag hem aan met een angst in de oogen zóó smeekend, dat Kenan aanstonds be-

139

Sluiten