Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of je ossen zijn voor ons!" Kenan, die zijn waakpost niet wilde verlaten, uit angst dat de woestelingen toch nog de kluis zouden binnendringen en er de hinde ontdekken, moest het lijdelijk aanzien, dat ze zijn brave blanke ossen met stompen en rukken uit de wei trokken, en voor hun paarden uit met gevelde jachtspiesen den kant uitdreven van Theoderics kasteel*

Eerst toen alles weer doostil was geworden, wendde Kenan zich van den dorpel af en knielde neer bij de hinde, die haar fijnen bruinen kop met de groote oogen vol teedere dankbaarheid naar hem ophief en de handen lekte, die haar streelden* Als een trouwe hond bleef het dier dien verderen avond aan zijn voeten liggen, nog toen hij zich tot slapen op den harden grond uitstrekte, en toen Kenan 's morgens de oogen opsloeg, lag het daar nog en zag hem aan, even dankbaar en aanhankelijk. Kenan voelde allerminst spijt de ossen te hebben opgeofferd voor dit edele, diepgevoelige dier, en ook de drie broeders vonden 't goed gedaan. Ze togen na metten en lauden welgemoed met hem mee naar den akker om zich zelf voor hun ploegen te spannen nu ze geen ossen meer bezaten. Toen ze echter op hun weg naar het stoppelveld langs de wei kwamen, waar anders 's morgens de ossen al klaar stonden om met hen mee te gaan, werden ze heel stil en bedrukt. Ze voelden nu eerst hoe ze hen zouden missen, meer nog als goede vrienden dan als medehelpers.

Maar wat nu? Hoefgetrappel hoorden ze tóch, toen ze den akkergrond naderden. Zou het verdriet hun herinnering zoo verlevendigen, dat ze

10 —104

141

Sluiten