Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Paschen tot October. Op gezamenlijke kosten, — meer echter om tot hun eigen gemak de Mis vlak naast de deur te hebben dan tot Gods eer — hadden de baronnen van Sint Michiel tusschen hun lusthuizen een weidsche kerk laten bouwen, die daar op het hoogste punt van den omtrek, heel Armor scheen te beheerschen en met haar trotschen klokketoren er alle andere kerken en torens, zelfs Treguers kathedraal in de schaduw stelde* Er stond geschreven, een wet onomstootehjk vastgesteld, dat alleen een edelman van grooten naam en faam en met de noodige kwartieren in zijn blazoen, pastoor mocht zijn in deze adellijke parochie, waar overigens zooveel werd feestgevierd dat er voor den Heere God en Zijn kerk al bitter weinig tijd overbleef.

't Ging er vroolijk toe onder de baronnen van Sint Michiel — almaar jachtpartijen, wedrennen, muziek en dans, gastmalen en drinkgelagen. Vanzelfsprekend dat ze zich nog minder dan om hun zielezaligheid om Sint Ivo en z'n armen bekreunden.

Toen ze op een mooien Meidag daar die dichte troepen bedelaars in grondkleurige lompen langs hun vergulde tuinhekken zagen voortschuifelen over de keurig opgeharkte paden, dwars door hun fluweeüge gazons en hun bosschages vol nachtegalen, waren ze uitermate ontdaan* „Wat moet dat geven? We zijn voor ons genoegen en onze rust hier buiten. De aanblik van al die miserie bederft onze stemming. Pauwen en reeën willen we in onze parken zien, maar niet dat lompenvolk. Daar dient raad tegen geschaft."

147

Sluiten