Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MALORD *)

I

Midden in den winter was Laurik Garandel met Katel Cornan getrouwd* Toen zij, na jaren lang behaagziek spelen met zijn liefde, hem eindelijk even onverwachts als plotseling haar jawoord had gegeven, had Laurik er verder spoed achter gezet. Want hoe eerder Katel uit haar dienst in den gasthof van Pont-Aven wegkwam, hoe beter: „Het zal er haar ongeluk worden", hadden de menschen van Kerangosquar gezegd, hun geboortedorp op de kustheuvels. En sinds had Laurik geen rust meer, „Goed, goed, jij mag me redden," spotte Katel, toen hij het haar bekende. Niets merkte hij er van, dat het in haar een opwelling was van angst, van het overgeërfde geweten van haar moeder en grootmoeders, allen even eerbare vrouwen in Armor. Maar ze trok haar woord niet meer terug, en, al durfde Laurik het niet gelooven eer het gebeurde: Ze het zich waarlijk door hem naar het altaar leiden»

Er werd geen bruiloft gevierd; geen cavalcade van zwierige bruidsjonkers en juffers, met de pijpers en biniouspelers voorop, had hen vergezeld van den gasthof naar de kapel van Tremalo op den beukenboschheuvel, die Pont-Aven be-

*) Bretonsch voor: Melaatsche.

159

Sluiten