Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de voordeur dicht. Niemand herkende hem. Alleen Yannek. Zij had eiken avond het brood en melk op zijn dorpel gezet, die hij vooruit met heel zijn beurs bespaarde florijnen betaald had en die hij in den nanacht schichtig was komen halen, om niet van honger te sterven; hij die moest blijven leven om voor Katel te lijden.

Yannek zag hem komen dezen Novembermorgen. „Laurik P' Een kreet van ontzetting was haar groet, ze bedekte de oogen met de handen en schreide huiverend.

Toen wist Laurik zonder den minsten twijfel meer, dat zijn tijd gekomen was. Hij ging z'n hef oud thuis binnen. Alsof hij een sprong moest doen een donkere diepte in, strekte hij op den drempel de veretterde handen. Maar de oogen sluiten kon hij niet, omdat zijn oogleden enkel nog roode wonden waren. Hij moest wel zien, alles zooals het was: tafel, spinde, beddekast en spinnewiel; Katels kleerkoffer in den hoek, Katels spiegeltje aan den wand

Toen werd het hem een vreemd nieuw geluk daar te staan met zijn lichaam verteerd door de straf, die Katel niet treffen zou, en hij vroeg God om meer lijden, aldoor meer en nooit genoeg, opdat zij zoowel in het aardsch als in het eeuwig leven gelukkig zou worden.

Tegen den avond van dien dag ging de oude Yannek hem op zijn verzoek als malord aanmelden bij den parochiepastoor. Deze kwam hem biechten en berechten als een zieltogende, en den eerstvolgenden Zondag las hij in de Hoogmis de treurige aankondiging af, dat Laurik Garandel, aange-

167

Sluiten