Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Je zit te paard als een amazone en leidt den jachtstoet of je het van jongsaf gewoon was/* prevelde de markies bewonderend madame Cathérine toe. Zij wierp het hoofd in den nek. dat de struispluimen wuifden en antwoordde uit de hoogte: „Ik heb je al meer gezegd, dat ik alleen bij vergissing onder het visschersvolk terechtkwam/'

„O jij, betooverde prinses, die mij betooverdel Dit was de taal, die madame Cathérine het liefst hoorde, en die ze noodig vond om zich zeker ,te voelen in haar staat van toekomstige wettige markiezin. Onder haar lange wimpers keken haar oogen vol raadselen nadenkend de verte in. Zij, geboren om de schoonste en de eerste te zijn onder de edelvrouwen van Armor, waarom heeft ze vooraf toch den tweestrijd niet kunnen onderdrukken, die haar drong tot dat dwaze huwelijk met Laurik, waardoor ze haar ziel meende te redden uit de machten der duisternis 1 In den eersten roes van het nieuwe genotvolle leven op Kergariou was ze heel die dwaze wanhoopsdaad van haar geweten vergeten; maar nu ze steeds duidelijker begint te beseffen, hoe het haar dwarsboomt om de eer en de eerbaarheid terug te vinden in den hoogsten staat door een van Armors visschersdochters ooit bereikt, verwenscht ze dat huwelijk, eiken dag dieper er door geërgerd. En toch, die goedige bedeesde Laurik zou zich door den markies wel laten bepraten tot alle mogelijke iristenimingen. Daarheen moet ze het drijven, dat die twee van man tot man onderhandelen. O, Zij kan veel! Als zij wil, doen ande-

xa — «04

173

Sluiten