Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sluier in flarden rukkend, liet ze de ijle rafels met den wind wegwaaien over de wateren heen, en aldoor knarsetandend, wierp ze den diadeem, de snoeren van haar hals en armen, heel een stortstroom van parelen op de golven, uitschouwend hoe ze lichter dan het kruivend schuim bleven zweven op den vloed.

„Hij is de eerste en eenige", wist ze opeens: „ik heb hem hef, Corentijn, Rivoals zoon".

Ze sloeg de handen voor het gelaat en opnieuw Vloeiden de tranen, maar nu mild en warm.

„Liefde — ten laatste, liefde, die ik niet kan weerstaan, die ik niet wil weerstreven. Ach, wondere, stille man...... mijn man en mijn kind in

éénen. Beven mijn vingers niet van nooit

gekende teerheid om zijn vingers, zijn hoofd, zijn haren, zijn handen, altijd weer te streelen? Tot kussen zullen mijn lippen ontbloeien en mijn oogen alleen nog lichten om hem toe te

lachen Dahuut, de zijne, en hij, één met

mij, twee in één, al-vergeten O Dahuut,

die zelf niet wist, hoe ze minnen kan, Dahuut in Corentijn verloren voor immer en eeuwig".

Ze had de armen opengeslagen in den wijden glans van zon en water en bleef zoo staan, als wachtte ze opgenomen te worden en heen te zweven naar verre zaligheden.

II

In het uur, dat de zon dieper gloeiend begon te zinken naar de kimme, kwam Dahuut het vertrek binnenglijden, waar koning Grallon rustte

198

Sluiten