Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hoor**, riep Grallon verheugd zijn gezel toe. „Corentijn heeft Dahuut niet vergeten. Ik wist het. En komen zal hij. Want wie de ongelukkigsten het meest mint naar zijns Meesters voorbeeld. Zal niet minder minnen wie ongelukkig werd door hem en zijn Meester. Volg me, Corentijn, en red haar om liefdes wil"*

„Wat verlangt ge, dat ik doe voor haar?"

„Wachtend op den bruidegom, die sterker is dan haar haat, volgt ze den verderflijken raad van Christus* vijand, den Booze. In steeds woester orgieën sleurt ze stad en volk mee in een dolzinnigen wervel van wreedheid en wellust. Ge weet het: Corentijn is de eenige, dien ze ooit liefhad met de liefde waarmee een vrouw in heel haar leven maar éénmaal een man kan minnen. Uw

God of onze goden wilden het zoo Ze wacht*

O, Corentijn, kom» Voor hem wiens liefde sterker is dan haar haat, zal ze zachtzinnig en teeder zijn, ootmoediger dan een kind, een lam in zijn armen... Heb medelijden "

En met lichtende, vér schouwende oogen sprak Corentijn:

„Ja, ik ken den bruidegom, wiens liefde sterker is dan haar haat".

Op de knieën neerzinkend zocht koning Grallon met zijn tastende handen Corentijns hand en bracht ze aan zijn lippen, hield ze dan voor zijn tranenvochte oogen, en prevelde angstig in zijn ontwakenden jubel van dank en geluk:

„Ge kent dien bruigom?...... Zeg me, is

Zijn naam Corentijn?"

„Zijn naam is Christus".

212

Sluiten