Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vader, die zich opheft en met de armen open haar tegenhoudt. „Sterker dan ik, gij zwakkeling?" Van verwondering om zijn machtig gebaar, wijkt Ze achteruit......

„Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij", roept de grijsaard, luide over stormen en druischen uit. „Christus is mijn kracht!"

„Ach Christus, in Grallons gedaante......

Dahuut haat Christus".

„Christus heeft Dahuut hef. Zie hoe Christus u liefheeft!" — Grallon, de grijsaard, heeft zijn dorre armen geslagen om haar armen en lenden. Vergeefs, dat ze tegenworstelt en zich woest wil verweren. Hij tilt haar op als een veerlicht kindeke en in zijn beschermende omarming draagt hij haar tot den witten hengst van een der senatoren, die, verbijsterd, op zijn wenk bereidwillig afspringt, terwijl Grallon met zijn dochter aan het hart zich ijlings en licht, als werd hij geheven, in het zadel werpt en door de uiteenwijkende scharen, — zee die zich opent — tusschen twee dichte dammen van verstomd starende menschen wegdraait, stadwaarts

„O Christus in Grallons gedaante !" schreit Dahuut, tegelijk woedend en verheugd om haar machteloosheid.

„Ik haat en min Christus, zooals ik Corentijn min en haat".

„Min zonder haat!"

„Diepst haat Dahuut, wie Dahuut meest minde — haar zelve — sinds ze niet meer de sterkste is...... Haat, haat, in één haat allen

vernietigd".

226

Sluiten