Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Justitie.

De justitie werd uitgevoerd door het schepengerecht of schepenbank bestaande uit schout en schepenen.

De schout, welke geen rechtsgeleerde behoefde te zijn, werd door den bezitter der heerlijkheid1) voor onbepaalden tijd benoemd. Hij was de vertegenwoordiger van den landsheer in het gerecht der schepenen, met wie hij de jurisdictie uitoefende, en is te vergelijken met den hedendaagschen officier van justitie. Hij vorderde instructie bij de schepenen en was tevens belast met het opsporen van misdaden.

De schouten te Schinnen tijdens ons verhaal waren Guilhelmus Josephus Fabritius en daarna Johan Daniël Christiaan de Limpens. Deze laatste was tevens drossaard van Mechelen, en woonde te Doenrade.

De schepenen wezen recht volgens de eeuwenoude réchtscostumen, welke vele op hun duimpje kenden. Zij waren de bestuurders en wetgevers der gemeente en tevens de uitvoerders der verordeningen.

Aan de schepenen was daarenboven opgedragen de zorg voor de armen, de krankzinnigen en het onderwijs, het voorkomen en slechten van geschillen, de bescherming van den eigendom enz. De akten van koop en verkoop, verpandingen, testamenten en deelingen werden ook verleden en geregistreerd voor de schepenbank. Het schepengerecht te Schinnen had lagere, middelbare en hoogere jurisdictie en bijgevolg eene groote macht. Men begrijpt allicht, dat de Vrouwe der heerlijkheid zulke mannen koos tot schepenen, die door geboorte, rang of staat den meesten invloed voor haar konden uitoefenen en op wier standvastigheid het best te rekenen viel. Vandaar dat de aanzienlijkste mannen in eëne gemeente tot schepenen werden benoemd en later zelfs in vele familiën het schepenambt feitelijk erfelijk werd.

In de heerlijkheid Schinnen waren in den regel vijf schepenen 2).

1) De gebiedende Vrouwe, tijdens ons verhaal was: Maria Ernestina de Schellardt van Obbendorf van ReuUdorf geb. te Schinnen 12 Mei 1689 dochter van Jan Adam en Sophia Pijls. Zij was Vrouwe van Schinnen, Leeuwen Broich en Reuschenberg (bij- Setterich). Zie Maasgouw 1912 no. 11.

2) Elders waren er drie, maar in groote gemeenten ook zeven.

4

Sluiten