Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12. Bij Lambert Debets te Amstenrade 3 potten bjter.

13. Bij den drossaerd Duyckers te Raath.

14. Bij Mathijs Hautvast te Grysegrubben spek en boter.

15. Bij Lisbeth Frissen te Hommert boterdiefstal. *

Toen nog hierop volgde de bekentenis van de ten kasteele Amstenrade opgesloten bandieten Wijn en Hendrik M. van Merkelbeek en Jöes J. den tamboer van Schinveld werd door de schepenbank van Schinnen op 8 October 1743 een decreet van corporeele apprehensie uitgevaardigd tegen Joannes C, de roode speelman, zijn zoon Henske, beiden te Nagelbeek en Wijn W. te Wolfhagen. Dit waardig drietal had de eer nog denzelfden dag het eerst aan de beurt te zijn om als leden der bende door den gerechtsbode Thewis Claessen met assistentie van een afdeeling schutten in de burchtkelders van ter Borg geborgen te worden.

Joannes C. (zoon) bijgenaamd „Henske" geboren te Nagelbeek kwam voor de schepenbank op den 14 en 21 October daaropvolgend. Hij ontkende natuurlijk alles.

Bij de confrontatie met zijn medeplichtigen op 6 November op het kasteel Amstenrade verklaart Jöes J. de tamboer bij volharding, dat Henske medeplichtig is geweest aan diverse diefstallen zooals ten huize van Duyckers in het Raath, van Clemens op den Steenweg te Sittard, in den winkel van Theelen aldaar en aan den kerkdiefstal te Amstenrade, voor welke diefstallen Catsbergh zijne „portie" ontvangen heeft. Henske zegt: „noijt van eenighe diefstallen het minste te weten". Hendrick M. houdt vol, dat Henske mede gecoöpereerd heeft aan de diefstallen bij Clemens en Theelen te Sittard, en te Einighausen, aan den „getendeerden" diefstal op het huis Schinnen, aan inbraak in eene herberg te Margraeten, op het kasteel van Valkenburg (Schaloun) op de kapelanie te Hoensbroek, en in de kerk te Mariënburg en dat Henske van het gestolene bij al' deze diefstallen zijn aandeel ontvangen heeft.

Toen ook thans beklaagde verklaarde onschuldig te zijn aan het ten laste gelegde, werd den 8 November op verzoek van den schout tot de personele responderinghe bij scherpe examinatie besloten en verklaarde hij na behoorlijke territie:

1. Medeplichdigh en handtdaedigh te sijn geweest aan verscheidene diefstallen en huijsbraeken.

28

Sluiten