Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

selencremer, en Jacques Dujardin, de Franschman van Hommert genaamd de Keukelaar. Jan L. was intusschen gevlucht, doch de beide anderen zaten spoedig achter slot. Ant. H. was de eerste welke na hevige tortuur bekende medeplichtig te zijn aan de diefstallen bij de Juffrouwen Gadé te Lutterade en bij Petri te Puth en noemde eenige medeplichtigen. Wijn W. en anderen, welke toen in arrest werden gebracht, completeerden bij bekentenis de lijst der complicen. De gevangenissen van ter Borg en St. Jansgeleen zaten spoedig overvol. Van af 27 December 1750 toi 24 Februari 1751 werden de wachten om het kasteel ter Borg verdubbeld. Nol C. bijgenaamd de trouwe jongen bevestigde, aanvullend den 15 December 1750 te Schinnen ten overstaan van de schepenen Daem Gealen, Hendrik Pijls en J. H. Dullens hetgeen hij op 31 October bevorens, na ondergane foltering, verklaard had.

Hij verklaarde namelijk dat den avondt bevorens den diefstal bij de Juffrouwen. Gadé hem tot Puth aan het huijs van Jan Wijngaerts tegen gekomen was Geerlingh Daniëls denwelcke aan hem sijde, dat sij die nacht daeropvolgende souden gaen bestelen de Jouffrouwen Gadé tot Lutteraedt ende dat den gedetineerden 's anderen avondts sigh souden laeten invinden en sijnen huijse tot Wolffhagen alwaer hij gedetineerde 's anderen daejhs aen den avondt gekomen sijnde, heeft, beneffens oom Geerlingh, gevonden Scheperkens Ruth en Richters Nöltjen, het Cuijperke van Schinnen, Laum Cr., Jan de Cnijn van Amsteraedt ende Anthon W. dat zij doens te saemen sijn gegaen naer Puth, alwaer This Sw. bij hun quaem, aengeroepen sijnde door Geerlingh Daniëls; als wanneer sij met malkanderen verder gegaen sijn achter langhs Puth op naer Daneken ende hunnen wegh alsoo hebben vervolght achter Geleen om, tot aen het Eijnde ende komende in het veldt op den wegh die langhs het Eijnde op gaet, sijn door eene weijde gegaen naer het huijs van meergenoemden Peter offte Capitein en komende aldaer hebben in eene andere weijde recht daer tegens over meer anderen sien staan welcke Geerlingh aenriepen, als wanneer Geerlingh hun dede blijven staen ende doens kloppende op de deur is opengedaan ende ingegaan ende een wenigh in het huijs geweest sijnde, is wederom uijtgekomen, heeft de drij voors. die met hem gedetineerde den eedt tot Wolfhagen ge-

50

Sluiten