Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behagen scheen te hebben in het op de slaapkamer hangend geweer, hetgeen hij zich, na hetzelve goed onderzocht te hebben, om den hals hing en dan naar buiten ging. Petri hoorde vele anderen binnenkomen in alle vertrekken zoekend. Van de dieven hadden eenige het aangezicht zwart gemaakt en alle spraken gefingeerd hoogduitsch. Petri en zijn vrouw waande men beiden dood. Meenende alleen te zijn vroeg de vrouw fluisterend 2—3 maal „Henri leeft gij nog" waarop Petri niet durfde antwoorden. Toen zulks echter gehoord werd, heeft een hunner de vrouw zoolang met de voeten bewerkt, dat hij thans zeker meende haar afgemaakt te hebben. Volgens getuigenis van Antoon H. dronken intusschen anderen in de keuken op hun gemak een glas bier en waren Henri van Geleen, G. Daniëls en twee van Broeksittard, welke kort van postuijr en waarvan de eene rond de andere lang van aangezicht was en beide blauwe kielen droegen, bezig met kisten en kasten open te breken. Getuige Antoon H verklaarde verder, dat G. Daniëls, P. Sch. en die twee van Broeksittard Petri van het bed afsleepten en na hem gruwelijk geslagen en

getrapt te hebben wierpen zij een bed op hem en lieten hem liggen. Het gestolene bestond in geld, kleedingstukken, linnen en wollen goederen en vleesch. De pakken werden uitgedragen door Geerlingh Daniëls, Meulejan, Antoon van Nagelbeek, Michel Hennix, Nol C, de twee van Broeksittard en N. N. van Geleen had

„een cleen packsken onder den arm". Nadat alles gestolen was,

kwam een in Petri's kamer het licht uitblazen en allen trokken af.

De vrouw van Petri Marie Schutgens, verklaarde niemand te hebben gekend. Zij werd van het bed met geweld op den grond gesmeten en gèweldig gruwelijk aanhoudend met een ijzer geslagen en gestooten, totdat zij bewusteloos werd. Tot haar bewustzijn gekomen vroeg zij haren man of hij nog leefde, waarop een van de bandieten haar zoolang met voeten stampte, dat zij andermaal buiten kennis geraakte. Tot haar zelve gekomen hoorde zij haren man roepen" Marie leeft gij nog", waarop zij natuurlijk „ja" antwoordde. Petri had zich intusschen weten te ontdoen van de banden om zijn armen en beenen, en bevrijdde daarna zijne vrouw van de striemende bindsels.

De Keukelaar, heel deftig op jagersmanier met de gestolen flinte op zijn rug, kwam den wachters aan het kruis het einde

61

Sluiten