Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Raad weten te verkrijgen, dat This Sw. onder behoorlijke borgstelling in voorloopige vrijheid wird gesteld.

De getuigenissen van de gevangenen waren echter naderhand van dien vaard, dat er geen twijfel bestond, of' hij was medeplichtig aan de diefstallen met knevelarijen ten huize van de Juffrouwen Gadé en H. Petri. En andermaal werd This op 23 December daaropvolgend op het kasteel ter Borg in veiligheid gebracht. Bij de confrontatien met W. W., Francis H. en Nol C, welke allen hem medeplichtig bekenden, trachtte hij zijn alibi te

worden in beslag genomen ontnam de vrouw Looijmans den gerichtsbode den sleutel waarop deze den kast met een ijzer stuk sloeg. Twee karren waren noodig om de papieren op ter Borg te brengen. De meubels werden op inventaris gebracht.

Den 17 Juni protesteerde Looijmans contrarie den Styl in materie crimineele zaken gevangen te zijn genomen op Sacramentsdag en tegen de sluiting en verzegeling van zijn kantoor. Daar hij den Schout, den Griffier met de Schepenen als zijne vijanden beschouwde vroeg Looijmans om andere rechters en om eenen advocaat te zijner verdediging. Den griffier Dulleris verweet hij steeds getracht te hebben om hem (L.) op zedelijk gebied te onteeren en om hem bij de andere Schepenbanken als procureur niet meer toe te laten. Hij verdedigt zich met het verwijt dat de officier, tevens Substituut drossaard van de banken Oirsbeek en Brunssum zekeren Jan Jeurissen op de pijnbank heeft willen doen zeggen dat hij (Looijmans) hem zou geraden hebben tot de brandstichting van het huis van den drossa rd Duijckers in Aug. 1751, dat, toen, bij de ontkenning van Jeurissen, de schroeven steeds vaster gedraaid werden, deze zeide dat hij niet kon zeggen hetgeen onwaar was, al zoude men hem de beenen afdraaien, zoodanig dat de Presidentschepen Paes Limpens van Oirsbeek „Halt" moest commandeeren, zeggende: „dat het nu genoeg was." Verwijt tevens den Schout dat hij eens ten zijnen huize te Doenrade was met eene boodschap van den Souvereinen Raed „diens broeder Joseph bij hunnen half win Jacobus Hennen is in geloopen zeggende : „Daar is iemand in het huis, dien moeten wij eens braaf priegel geven." Eindelijk protesteert Looijmans tegen zijne kluistering met zware ketens.

Als advocaten werden hem toegewezen Jöes van de Weijer en B. Banens uit Maastricht. Later traden J. N. Brant te Aken en Jardoing te Clermont als zoodanig op. De adviseerende advocaten der Schepenen waren H. J. J. Detiege en B. Delvaux te Herve.

Looijmans zat gevangen op het kasteel eerst in den kelder dan iets hooger en daarna op den zolder, op kaf en aschen, onder een „schalen" dak (slechts aan eenen kant bezaagde planken), zoodanig verhit door de sterke zon, dat hij meermalen flauwten kreeg; eerst gewoon gekluisterd dan weer los, vervolgens weer aan karrenkettingen (clincken) aan den muur vastgelegd (volgens zijn eigen verhaal).

Eens dat hij wederom moest gekluisterd worden ordonneerde de Schout de wacht om te helpen. Toen Areth Otten weigerde, zeggend dat hij niet gesteld was om te kluisteren, moest Peter Nacken dé knecht van den Schout met den sabel in de hand ter hulp komen, en legde Looijmans op den rug terwijl Thewis de gerichtsbode hem de kluisters aanlegde.

Nadat op 9 Juli het decreet van tortuur werd gegeven voor 't geval Kooijmans niet op de gestelde vragen zoude antwoorden, bekende hij deels de hem ten laste gelegde feiten.

Zijn advocaat van de Weijer protesteerde op de Schepenzitting van 25 October dat de Schout, welke Looijmans voor eenige d agen liet ontboeien, thans

72

Sluiten