Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem wederom ewegh gingh naer de weijde van Henri Petri, ende hij een weinigh blijvende staen heeft hooren kraecken offte breken ende raeckende de verdere omstandigheden refereert sigh tot sijne vorige responderinghe, sijnde hij gedetineerden op sijnen post gebleven, totdat Peter Sch. tegen hem seijde: „ganck nu van dijnen post aaf 't is nu gedaen." Dat hij daerop is gegaen tot aen de poorte van Petri, alswanneer hij gedetineerde onder andere noch gesien ende gekend heefft Michiel van Spauwbeek, wonende aldaer wanneer men naer Spauwbeek opgaet op de lincke handt het derde huijs'onderwaerts, welcken onlanghs van het Holland aus gebannen is geweest. Dien Michiell hadde oock doens bij hem (zich) sijnen oudsten soon sijnde den jonge ende spitzen kerel welcken bij den 8 art. sijner voors. responderinghe bij Peter Sch. van Spauwbeek genoemt hadde. Alsnoch heeft hij gedetineerde bij de andere complicen aen de poorte van Henri Petri gesien eenen van Geleen cort en dick van postuijr rondt van aengesight ende een weenigh gekrulte swerte haijren wonende tot Geleen op den Pesch het derde a vierde huijs boven Peter Keulers als men wilt naer Geleen ingaan welcke getrouwt is met de dochter van Jeucxken van Daneken, als oock eenen wolspinder met naeme Joannes welcken neffens den anderen op den Pesch woonde wesende middelmaetigh van postuijr hebbende roodtachtige en weenigh gekrolde haijren, item eenen kerel woonende aen het Eijnde van Geleen sijnde langh van postuijr hebbende swerte smiesige haijren ende swert van aengesight op sijne rechte wange draegende een lijnteecken waerop hij over langen tijdt eens gevallen is, woont dight bij voors. Peter offte capitain aen desen kant op de rechte handt tusschen de poorte van Antoon Penris ende gemelde capitain getrouwd sijnde met de dochter aldaer uijt het huijs, wesende eenen slottmaecker, maeckende brughslooten. De gedetineerde verclaart dijen corporael die hij bij sijne voorige responderinghe genoemt heeft niet anders te kunne detailleren dan dat denzelven is wonende tot Ophoven bij Sittaerdt, alwaer hij gedetineerde, gaen de bedelen, in sijn huijs is geweest. Het huijs ligt als men van Leijenbroeck naer Ophoven wilt angaen op de lincke handt het vierde huijs boven de hoff van Ophoven. Item Bernaerdt denwelcken gaet over landt met spenselen, getrouwt met de suster van den Keuckelaer sijne vrouwe ende woont tot Kraewinckel onder Geleen aldaer

76:

Sluiten