Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedelft te worden, onder confiscatie sijner goederen6. Dit vonnis was overeenkomstig het advies van den rechtskundige G. Ernst, waarvan het slot luidde: „soo en heeft men aen het voorschreven corpus geen mindere straffe ofte confessie connen aandoen als degene vervat bij het bovengemeh; vonnis wesende d'ordinaerisse in dese landen van soodanigh booswicht, te meer considereerende dat hij als desperaet 'is verreckt."

Het vonnis werd uitgevoerd op 31 Januari 1751 door een afdoender van Aken op den Danekerberg.

Hendrick Schr. geboréh te Schinnen 3 Maart 1689, gehuwd met Maria Cr. zuster van Lambert (lid der bende) had 2 zonen, Petrus, geboren 16 April 1719 en Mathias 30 October l72l', woonde achter de kerk te Schinnen, tusschen de tegenwoordige huizen van den Burgemeester en H. Vroomen, van beroep schoenmaker en houterkensmaeker.

Hij was beëedigd zooals wij voren gezien hebben bij den Heksenberg in het jaar 1736 en was reeds van den beginne af lid der bende. Na *de executiën in 1743 vluchtte hij naar Maastricht, alwaar hij werk kreeg en kwam weer na eenigen tijd terug, toen hij zich hier weer veilig waande.

Bij de gepleegde diefstallen was hij geregeld aanwezig. Hiervan waren de schepenen overtuigd weshalve hij op 14 Maart 1751 werd gevangen gezet op het huis Schinnen.

Bij zijn eerste verhoor ontkende hij natuurlijk alles. Op den 30 Maart had zijn confrontatie plaats met Mevis O. gevangen te St Jansgeleen, welke hem beschuldigde van medeplichtigheid aan tal van diefstallen. Schr. beweerde dat al hetgeen wat O. vertelde zoo valsch was als een God in den Hemel en zegt: „wel 100 eeden te willen doen dat het niet waer en is. Hij heeft beter consciëntie dan een in de caemer. Als het niet waer en is, wat hij seght, zal hij het rijk der hemelen niet besitten en sal er geen saeligheijt voor hem wesen, en soo ik mij niet can biechten voor mijnen sterfdagh sal ik voor de genoemde feiten niet uijt den hemel gesloten worden.

Op den 6 April, na van 91/i voormiddags tot 83/4 's avonds op de pijnbank te hebben gezeten, bekende hij bij den diefstal bij Petri te Puth tegenwoordig te zijn geweest, tevens bij den diefstal bij Gadé te Lutterade alwaar „op den nehren" (gang) zijn

82"

B2

Sluiten