Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De gerichtsbode Thewis -trok andermaal op aan het hoofd zijner schutten in presentie van een schepen en vond uit de respectieve huizen de vogels gevlogen. SpiS^

Thans volgden de citatien op drie achtereenvolgende Zondagen „ad valvas ecclesiae" en op de limieten der jurisdictie. Na afloop van den termijn niemand verschenen zijnde, werd zonder de beschuldigden voortgeprocedeerd1) en werden zij bij vonnis van den 28 Augustns 1753 veroordeeld om „in effigie" geëxecuteerd te worden met sequestratie hunner, goederen. Het huis van Anthoon W., als hebbende gediend tot vergaderplaats van schelmen, moest met den grond worden gelijk gemaakt met verbod gedurende 100 jaren niet meer op het terrein te bouwen.

Henricus R., was de naam van den grooten zwaren man met zwart gemaakt aangezicht uit Nagelbeek," welke medeplichtig was aan de diefstallen met braak bij de Dames Gadé en H. Petri. Hij werd geboren te Schuijteneinde den 9 Augustus 1704 en huwde met Catharina B. uit Hegge. Hij was grondeigenaar en landbouwer en zoodanig gefortuneerd dat hij geenszins uit nood behoefde te stelen.

Door meerdere complicen genoemd waren de schepenen overtuigd, dat ook hij tot de dievenbende behoorde en gaven zij op 18 Maart 1751 het volgende decreet:

Visis actis. Schepenen naer ingewonnen advijs van twee onpartijdige rechtsgeleerden ter manisse van den praesideerende, rechtdoende, accordeeren provisie van prise de corps offt corporeele apprehensie ten laste van Henricus R. van Nagelbeek met arrest en annotitie derselver effecten, lastend den gerichtsbode denselven met soo vele assistenten als noodigh, werckstellingh te maeken.

Actum in Judicio extraordinario do. 18 Marty 1751 (get.) Daem Geelen, Henric Pijls, Nicolas Acampo, Dirck Coumans ende J. H. Dullens Secretaris.

Daags daarna togen de schout Frans Joseph de Limpens, de gerichtsbode Thewis Claessen geassisteerd door den gerichtsbode

1) Volgens de rechtscostumen werd, bij het niet verschijnen op eene dagvaarding wegens afwezigheid, de citatie op de kerkdeur aangeplakt op 3 Zondagen. Zoo na de eerste aanplakking binnen 15 dagen de gedagvaarde niet verscheen dan geschiedde de 2e aanplakking en zoo vervolgens tot 3 malen telkens met tusschenruimten van 15 dagen. Verscheen binnen 15 dagen na afloop van de 3e aanplakking de afwezige niet, dan werd zonder hem geprocedeerd.

84

Sluiten