Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bereikt, toen H. reeds den 18 Aug. omtrent een uur aan eene natuurlijke ziekte stierf.

Tegen het „doode Corpus" van Michiel Hennix in den kercker overleden wordt 19 Aug. het volgende vonnis gewezen:

Na ingewonnen advies van twee onpartijdige rechtsgeleerden, schepenen ter manisse van den presideerenden Recht doende, ordonneeren, dat desselfs lichaam illico sal worden begraeven ter plaetse van executie van crimineele justitie, verclarende desselfs goederen te confisqueeren om daaruyt te betaelen de misen van justitie. Aldus beraemt in Judicio Extraordonario op den casteele van St. Jans Geleen heden 19 Aug. 1751.

(Get.) And. Hensen, Dirck Geurts, Jan Seelis, Lamb. Claessens, Lambert Banens, Jac. Bormans, Schepen, R. Corten, Secretaris.

; Het vonnis werd 20 Aug. „gépronuncieert ende door den afdecker van Aken geexecuteert in presentie des scherprechters.

Peter de zoon van Michiel Hennix werd 20 Maart 1751 voor de schepenen gevoerd. Hij vertelt vóór 24 jaar te Beeckergenhout te zijn geboren, gewoond te hebben op den hof Haessittart en voordien bij Jan Bussen tot Leyenbroek. Evenals zijn vader was hij wolspinder en schoenlapper.

Van diefstallen weet hij natuurlijk niets, zoodat hij 20 Maart 1751 voor Mevis O. gevoerd wordt, die hem beschuldigt lid te zijn der bende, hetgeen Peter H. ten stelligste ontkend wordt, zeggende tegen O.: „du bis einen braven kerel, das du sulcke dinghen seghst, du solist dijne saeligheyt bedenken," daarbij voegende „bis du eine kerel, dat solist du herroopen of ick sal mig bidden, dat digh de mayen (wormen) in dyn prie wassen.

Hij bleef bij zijne ontkenning ook nadat hij met Nol C. was geconfronteerd, zoodat tot tortuur wordt besloten op 15 April, waarbij hij zich schuldig erkent aan het hem ten laste gelegde.

Evenals zijn vader herroept hij deze bekentenis op 26 April, in de meening dat zijn beroep op den Raad van Brabant te Brussel iets zou baten.

Na verwerping van dit beroep op 25 Juni d. a. v. bekent hij, onder bedreiging met de tortuur, wederom op 19 Juli.

18 Aug. werd Peter Hennix veroordeeld tot de galg, welck vonnis „op den 23 Aug. ten casteele van St. lansgeleen als ter

92

Sluiten