Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIV

zeil hield. Toch gelukte het Sulpicia en haar minnaar hun wederzijdsche liefde een tijd lang voor Messalla en Sulpicia's moeder geheim te houden. Sulpica's gedichten zijn de zuivere weerklank, van wat er in haar omging; zij behoort niet tot de groote dichters van de wereld, en zelfs is het duidelijk te bemerken, dat zij in het schrijven van verzen slechts een dilettante was; maar, zegt een Amerikaansch geleerde1), "like Catullus and a few of the chosen, this slip of a girlhas that rarest of all gifts, the gift of straightforward simplicity".

Wie Cerinthus was, weten wij niet Misschien is hij dezelfde als Comutus, tot wien twee van Tibullus' gedichten gericht zijn: H. 2, dat wij opnamen, en II. 3. In dat geval heeft Sulpicia haar vurigsten wensch Cerinthus' vrouw te worden bereikt en vinden wij haar in de uxor van DL 2. 11 terug.

Over den kunstenaar (der gedichten 2—6), die deze liefdesgeschiedenis bewerkte — het moge Tibullus of een andere dichter geweest zijn — oordeelt Prof. Schanz, de bekende schrijver van een Geschiedenis der Romeinsche litteratuur aldus: „Der Dichter hat die Aufgabe der Nachempfindung so trefflich gelost, dass man das, was er hier geschaffen hat zu dem Zartesten und Innigsten der römischen Litteratur zahlen muss."

SEXTUS PROPERTIUS.

Sextus Propertius werd geboren te of in de buurt van Asisium, het tegenwoordige Assisi, in Umbria.

De dichter deelt ons den naam zijner geboorteplaats zelf mee IV. 1. 121—128:

121. Umbria te notis antiqua Penatibus edit

(mentior? an patriae tangitur ora tuae?), 123. qua nebulosa eavo rorat Mevania campo

et lacus aestivis intepet Umber aquis 125. scandentisque Asisi eonsurgit vertice murus, murus ab ingenio notior Me tuo.

i) Kirby Flower Smilh, The elegies of Albius Tibullus.