Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14

26.

CATULLUS' VILLA.

Catullus heeft op een villa een hypotheek moeten nemen; hierover schertst bij in 't volgende briefje aan Furius, met wien bjj op t oogenblik bevriend is. Metrum: Phalaeceus. Zie 1.

Furi, villula nostra non ad Austri

flatus opposlta est neque ad Favoni

nee saevi Boreae aut Apeliotae,

verum ad milia quindecim et ducentoa

o ventum horribilem atque pestilentem! 5

30.

ONWARE VRIENDSCHAP.

In dit gedicht beklaagt de dichter zich over de ontrouw van zrjn vriend Alfenus; deze had Catullus tot vriendschap voor hem verlokt, en hem later in den steek gelaten. Wie deze Alfenus is, weten we niet met zekerheid; misschien de Jurist P. Alfenus Varus uit Cremona, een leerling van den in 43 v. Chr. gestorven, beroemden rechtsgeleerde Servius Sulpicius. In 39 v. Chr. werd deze Alfenus Varus consul suffectus.

Metrum : Asclepiadeus maior:

Alfene inmemor atque unanimis false sodalibus, iam te nil miseret, dure, tui dulcis amiculi?

26. 2. opposita: woordspel, opponere ■» „tot pand geven", vgl. Terent. Phorm. 661 ager oppositus pignort decent ob minas est, en „blootstellen", vgl. Plinius, N. H. XVTI. 262 nudatas radices hiberno frigori opponunt.

4. mUla quindecim et ducentos: de som was niet groot, want we weten, dat 10.000 sestertiën (Cic. CaeL 7. 17) een billijke huurprijs was voor een huis in Rome. Maar Catullus had geld noodig en gaf zijn huis in pand voor wat hy krijgen kon.

80. 1. inmemort absoluut gebruikt — „trouweloos", sodalibus: pluralis generalis.

2. dulcis amiculi: de dichter gebruikt dezelfde woorden, vroeger door Alfenus van Catullus gebezigd.