Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

non mi, sed ipsi Sestio ferat frigus, 20 qui tune vocat me, cum malum librum legL

46.

TERUG NAAR HUIS.

Catullus, die met eenige vrienden den propraetor Memmius naar diens provincie Bitbynia gevolgd was, vat 't plan op om de steden van Klein Azië te bezoeken; 't gedichtje is geschreven in de lente van 56 v. Chr. „Frühlings- und Wanderlust haben in der antiken Poesie nicht zum zweiten Male eine so lebendige Wiedergabe gefunden" (Riese).

Metrum: Phalaecens, zie 1.

Iam ver egelidos refert tepores,

iam caeli ïuror aequinoctialis

iocundis Zephyri silescit aureis.

linquantur Phrygii, Catulle, campi

Nicaeaeque ager uber aestuosae: 5

20. Deze regel bevat een onverwachte wending, avpotrSèx-rrrov; daar Sestius de schuldige is, moge hij zeil gravedo en tussis krijgen, niet Catullus.

21. vocat i sc. ad cenam. tune i .slechts dan", vgl. Martialis n, 79, 1: inoitaa tune me, cum seis, Nasica, vocatum. malum: - frigidum.

46. 1. egeUdos: „lauw, zoel".

2. caeU turor aequlnoctiaUs: de dag- en nachtevening (21 Maart en 21 Sept) is rijk aan stormen en onweer; vgL Plin. N. H. XVDI, 221. Vert. de woede van den Maartschen hemel".

8. Zephyri: de westenwind, die aan de Aegeïsche zee meestal storm en regen brengt (cl. Od. XU, 289 Zttpupog Sttrarjg \ U. XXD3, 208 Zt<copog «AotStatig), is in Italië lentewind, cl. Horatius, C. IV, 12, 1; Ovid. Met 1,107 placidique tepentibua auris mulcebant Zephyri flores. Iocundis aureis t ablattvus causae, cl. Plin. H. N. H, 122: veris in principio favonii (- Zephyri) hibernum molliunt caelum. aureis i oudere vorm auris.

5. Nicaeaeque t in Bithynië, dat tot Phrygië, in ruimeren zin genomen, behoort; Strabo Xn, 665 zegt, dat de stad lag in een raSie» fiéyx x«< tvdoupou (ager uber), oL xéwu St yytuvbv roü Stpoug (aestuosae).