Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21

quam te libenter quamque laetus inviso,

vix mi ipse credens Thuniam atque Bithunos 5

liquisse campos et videre te in tuto!

o quid solutie est beatius curis,

cum mens onus reponit, ac peregrino

labore fessi venimus larem ad nostrum

desideratoque acquiescimus lecto? 10

boe est, quod unum est pro laboribus tantis.

salve, o venusta Sirmio, atque ero gaude:

gaudete vosque, o Lydiae lacus undae;

rldete, quidquid est domi cachinnorum.

4. libenter . . . laetns: een veel voorkomende verbinding, vgl. Plant. Trin. 821 laetus lubens laudes ago, woorden gesproken door den van een reis terugkeerenden Charmides.

5. Thuniam < de westelijke kuststreek van Bithynië, bewoond door de Thracische Thuni.

6. liquisse : = reliquisse.

7. solutis ... curis t naast solvere curis animum heeft men de dichterlijke zegswijze solvere curas animo, vgl. Verg. Aen. I. 562 solutie corde metum.

8. onus i = curas.

9. Iarem: „huisgod", *= domum. De lar was de beschermer van het huisgezin, wien de haard heilig was.

11. hoe est quod unum est pro: „dit alleen weegt op tegen..." cf. Cic. ad Attic. II. 5. 1 Cato ille noster qui mihi unus est pro centum milibus.

13. vosque s = et (etiam) vos.

Lydiae l de lacus Benacus werd zoo genoemd naar de Etrurische nederzettingen in de Po-streek; de Etruriërs worden door de dichters vaak Lydiërs genoemd, daar zij van Lydischen oorsprong heetten te zijn (zie Herod. I. 94); men zou verwachten Lydii lacus undae, maar 't epitheton, dat bij lacus behoort, is aan undae gegeven (enallage: vgl. Verg. VIII. 526 Tgrrhenusque tubae mugire per aethera clangor).

14. „Lacht, golven, met zooveel lachjes, als gij tot uw beschikking hebt". De relatieve zin neemt de plaats in van een „inwendig object", vgl. by Cicero, epist. ad Fam. VH. 25. 1 rideamus yéAojToc (rxpSctytov.