Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38

totum illud 'formosa' nego: nam nulla venustas, nulla in tam magno est corpore mica salia

Lesbia lormosa est, quae cum pulcerrima tota est, 5 turn omnibus una omnes surripuit Venerea

82.

AAN QUIMTUS. Beroof nuj niet van Lesbia!

Quinti, si tibi vis oculos debere Catullum

aut aliud siquid carius est oculis, eripere ei noli, multo quod carius illi

est oculis seu quid carius est oculis.

36.

HET BRANDOFFER.

Catullus, een vijand van alle slechte poëzie, heeft het hier op de Annales van Volusius gemunt, waarvan hij in carmen 95 (7, 8) zegt At Volusi annales Paduam morientur ad ipsam (bij de Padua, een der monden van de Po, [vgl. Polybius II, 16], waren ongetwijfeld de annales geschreven) er laxas scombris saepe dabunt tunicas. De inkleeding van ons schimpdicht is geestig en vernuftig: Catullus had eens (dit blijkt uit vs. 5) eenige spotverzen op Lesbia gemaakt; deze, hierover kwasi-boos, deed toen in scherts de gelofte, dat zij, als de vrede met Catullus weer hersteld werd, zijn gedichten zou verbranden. Zij gebruikte daarbij de woorden seripta pessimi poetae, „de gedichten van dien boosaardigen dichter", waarmee zij natuurlijk Catullus bedoelde. Deze laatste geeft aan haar woorden echter een andere uiUegging door de gedichten van een pessimus poeta, „den pruldichter Volusius" te verbranden.

Metrum: Phalaeceus, zie 1.

Annales Volusi, cacata carta.

4. mica saus: sal is „bekoorlijkheid". Zoo zegt Nepos (Attic. 13) van een huis: plus salis quam sumptus habebat.

82. 1. oculos debere» hierdoor wordt de grootst mogelijke dankbaarheid uitgedrukt.

3. els eenlettergrepig.

4. seu s oei si.

86. 1. cacata carta: „bevuild papier".