Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

99

portabat nitidis currus eburnus equis. non sine me est tibi partus honos: Tarbella Pyrene

testis et Oceani litora Santonici, 10 testis Arar Rhodanusque celer magnusque Garunna,

Carnutis et flavi caerula lympha Liger. an te, Cydne, canam, tacitis qui leniter undis

caeruleis placidus per vada serpis aquis, quantus et aetherio contingens vertice nubes 15

frigidus intonsos Taurus alat Cilicas?

8. portabat l let op het schilderende imperfectum, nitidis: „glanzend wit", currus eburnus t versierd met ivoren paneelen.

9. Tarbella Pyrene: de Tarbelii waren een Aqnitaansche stam dicht bij de Pyreneeën; hier is 't substantiv. als adiectiv. gebruikt. Pyrene = montes Pyrenaei. non sine me t = me eomitante.

10. Oceani . . . Santonici i 't deel van den Oceaan, waarbij'de Santönes wonen, n.1. noordelijk van de Garunna in 't tegenw. Saintogne.

11. Arar: de Saóne. Garunna: (beter dan Garumna) Gr. Toipoüvoiq.

11—12. De genoemde rivieren zijn de grenzen van het grondgebied, door Augustus bij het oude Aquitania (zie Caes. B. G. I, I. 7) gevoegd, een regeling, die aan Messalla werd opgedragen.

12. Carnutis: de Carnutes woonden bij 't tegenw. Orléans; de sing. ia collectief. De naam Carnütes leeft nog voort in den naam van de stad Chartres, het oude Autricum. De 'moderne Franscbe namen van steden worden vaak afgeleid van den naam der Gallische stammen in wier gebied ze lagen, en niet van den Romeinschen naam: Parys van Parisii, niet van Lutetia, Bourges van Bituriges, niet van Avaricum, Tours van Turones, niet van Auguslodunum. Liger: Lotre.

13. De dichter begint nu Messalla's krijgsdaden in het Oosten te beschrijven. Cydne: de bekende rivier in Cilicië, die op den berg Tanrus ontspringt en

door Tarsus stroomt, de geboorteplaats van den Apostel Paulus; Gr. K.CSuoc.

tacitis . . . leniter . . . placidus i Tibullus beschrijft gaarne de stille rust en 't geheimzinnige, en is dan zeer overvloedig in 't aanwenden van epitheta. Vgl. I, 10, 84 (van den dood) imminet et tacito clam venit illa pede.

14. vada: „bedding".

16. intonsos: „met lang haar en baard" (d. i. onbeschaafd).

alat: Strabo (Xli. 570) vertelt ons dat de berg tot den top bebouwd werd.