Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

149

baecine parva meum funus harena teget? tu tarnen in melius saevas converte querelas:

sat tibi sit poenae nox et iniqua vada. 10 an poteris siccis mea fata reponere ocellis,

ossaque nulla tuo nostra tenere sinu ? ah pereat, quicumque rates et vela paravit

primus et invito gurgite feeit iter. nonne tuit levius dominae pervincere mores 15

(quamvis dura, tarnen rara puella fuit), quam sic ignotis circumdata litora silvis

cernere et optatos quaerere Tyndaridas? illic si qua meum sepelissent fata dolorem,

ultunus et posito staret amore lapis, 20

8. funus s me mortuum, vgl. Verg. Aen. LX, 491 et funus laeerum tellus habet.

11. mea fata reponere i = meos manes sepelire; voor fata = „schim", vgl. Pomp. Mela II, 2. De dichter denkt bier, zooals uit het volgende vers blijkt, aan een begrafenis, zonder dat het doode lichaam, of de asch aanwezig is; Propertius stelt het immers voor, dat hij op een verwijderd strand omkomt. Wanneer het lijk niet aanwezig was, lichtte men een tumulus inanis (Verg. Aen. DJ, 304) op, om de manes tot rust te brengen. Andromache manis vocabat Hectoreum ad tumulum . . . inanem, zegt Vergilius op de aangehaalde plaats; reponere = sepelire, vgl. Verg. Aen. VL 655 tellure repostos; dat men zeggen kan manes sepelire blijkt uit Aen. IV, 34 manis . . . sepultos (vgl. Mnemos. 1914, p. 370).

12. ossaque . . . tenere sinu: zie Tibullus I, 8, 6, en Tacit. Annal. U, 75 waar wij van Agrippina, de weduwe van Germanicus lezen: At Agrippina . .. ascendit classem eum cineribus Germanici et liberis, miserantibus cunctis, quod femina nobilitate princeps . . . tune feralis reliqulas sinu ferret.

16. mores s „nukken".

18. quaerere t (te vergeefs) „uitzien naar".

Tyndaridas t de verschijning der Dioscuren (zie Catull. 8) in den vorm van vlammen op de masten gedurende een storm beschouwde men als een teeken, dat er geen gevaar was. In de Middeleeuwen heette het St. Elmus-vuur.

19. mie i „thuis".

20. ultimus lapis: „grafsteen".