Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

153

sed ne forte tuo careat mihi funus amore,

hic timor est ipsis durior exequiis. non adeo leviter nostris puer haesit ocellis, 5

ut meus oblito pulvis amore vacet illic Phylacides iocundae coniugis heros

non potuit caecis inmemor esse locis, sed cupidus falsis attingere gaudia palmis

Thessalus antiquam venerat umbra domum. 10 illic, quidquid ero, semper tua dicar imago:

traicit et fati litora magnus amor. illic formosae veniant chorus heroinae,

quas dedit Argivis Dardana praeda viris; quarum nulla tua fuerit mihi, Cynthia, forma 15

gratior, et (Tellus hoe, ita iusta, sinat) quamvis te longae remorentur fata senectae,

cara tarnen lacrimis ossa futura meia

5. poer: = Amor.

haesit ocellis: de liefde dringt door middel van de oogen in de ziel.

ocelUs t niet te vertalen door „oogjes", maar 'm% oculis, 't deminutivum is aan de taal van het dagelijksch leven ontleend. Zoo beteekent auricula niet altijd het „kleine oor", noch het „oorlelletje", maar het duidt oorspronkelijk het oor aan als een lichaamsdeel, waarop men prijs stelt; in da taal van het dagelijksch leven opgenomen beteekent het spoedig alleen auris, zonder bjjbeteekenis, zooals ook de Romaansche talen leeren, vgl. Fr. oreille, Ital. orecchta.

6. oblito : passive, vgl. Verg. EcL IX. 53 nunc oblita mihi tot carmina.

7. illic: nader verklaard door caecis locis.

Phylacides i Protesilaus, de held van <&-j/\ó.y.y) in Thessalië, mocht voor één dag uit de onderwereld naar de aarde terugkeeren om zijn vrouw Laodamia te bezoeken (Hom. Ilias U. 699).

9. falsis . . . palmis: „schijnarmen". gaudiat „haar, die zijn eenige vreugde was". 10. umbra: „als schim". 16. TeUus: de godin der onderwereld.

ita: te verbinden met iusta, „in zooverre als zij het mij vergunt". 18. ossa: sc. tua ; futura: sc. sunt.