Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

176

venit enim tempus, quo tonidus aestuat aer, 3

incipit et sicco ïervere terra Cane. 4 sed non tam ardoris culpa est neque crimina caeli, 5

quam totiens sanctos non habuisse deoa boe perdit miseras, hoe perdidit ante, puellas

quicquid iurarunt, ventus et unda rapit num sibi collatam doluit Venus? illa peraeque

prae se formosis invidiosa dea est 1" an contempta tibi Iunonis templa Pelasgae,

Palladis aut oculos ausa negare bonos ? semper, lormosae, non nostis parcere verbis:

hoe tibi lingua nocens, hoe tibi lorma dedit sed tibi vexatae per multa pericula vitae 15

8. De ziekte viel in den ongezondsten tijd van het jaar. 4. sicco ... Cane i nl. in de hondsdagen, vgl. onze aanteekening op Tibull. I.1.27; dezelfde mtdrukking vindt men TibulL L 4.6 aestioi tempora aicca Canis.

8. Een bekend beeld, vgL CatolL 70.4. en Ov. Am. U. 16,46 verba puellarum, foliis leviora cadueie, / inrita, qua visum est, ventus et unda ferunt.

9. peraeque... formosis Invidiosa t = pariter invidiosa < omnibus > formosis; vgL Cic. Att TL 19 tam peraeque omnibus generibus . . . offensum.

prae set te verbinden met formosis; „wier schoonheid grooter is dan de hare".

11. contempta . . . templa: de dichter denkt aan het verhaal over de dochters van Proetas, Lysippe en Iphianassa 71txpxytybfUJHU. ykp tiq TOV rr,g Stoït (Innonis) veüv hnuaXTOv oirrbv Aèyourou xAoutrturtpov puxkt\ov eheu tov roü xovrpbq olxov; tot straf sloeg de godin hen met waanzin (scholiast op Odyss. XV. 226).

12. ausa: vul aan es. I bonost „mooi"; vgL Lucianns, Dialogi Deorum 20. 10 rl oüv oit^l **i

ov, w 'ASijvS, tt)v %ópuv kfeAofjo-x 4«A>V rijv KtpaAr,v èxiStty-vLieu;, kXk' txurekiq rbv Kbfov *aii rbv StKxorhv <pof3tïg; i) SêSixq, fit) oot tAtyyyjTxt to ykoxwbv ru» bfiftaruv &vtu roü ipoptpov 0Atxbftevo»;

16—24. Na allerlei gevaren zal Cynthia tenslotte toch een beter lot beschoren zijn, nl. redding uit het dreigende gevaar. Ten bewijze voor zijn meening haalt de dichter voorbeelden uit de mythologie aan van vrouwen, die na een hevig lijden geluk vonden, hetzij als godinnen vereerd, sooals Io, Ino en CalUsto, hebnj als gelukkige echtgenoote, zooals Andromeda.