Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

221

quod mihi non patrii poterant avertere amici,

eluere aut vasto Thessala saga mari, 10 hoe ego non ferro, non igne coactus, et ipsa

naufragus Aegaea — vera fatebor — aqua correptus saevo Veneris torrebar aeno,

vinctus eram versas in mea terga manus. ecce coronatae portum tetigere carinae, 15

traiectae Syrtes, ancora iacta mihi est nunc demum vasto fessi resipiscimus aestu,

a quod: „het geloof in uw deugd en liefde".

10. Thessala sagat toespeling op I. 1. 19; Thessalie is het land der

toovenarij.

11. hoe ego: vul aan: avertere potui, vgL Prop. IV. 11. 79 et si quid doliturus erts, sine testibus illis, waar uit doliturus moet worden aangevuld: doleto.

non ferro, non igne coactus: toespeling op I. 1. 27.

ipsa naufragus Aegaea . . . aqua: „al was ik ook een schipbreukeling midden in de Aegëische zee"; de dichter meent, dat hij in den tijd, dat Cynthia hem onder haar betoovering hield, met een schipbreukeling in de gevaarlijke Aegëische zee te vergelijken was, vgl. Horatius, Carm. 1.5.5, waar de tegenspoeden in de liefde worden vergeleken met een stormachtige zee, quotiens fidem j mutatosque deos flebtt (subject is de verliefde jonge man) et aspera / nigris aequora ventis / emirabitur insolens (= insuetus) / qui nunc te fruitur credulus aurea.

13. aeno: „ketel"; Amor kookt zijn slachtoffers voor zijn maaltijd, vgl. Meleager (een epigrammendichter uit 80 v. Chr.) é«-Taer9-' iv %ól/\/\u, rijpecS' uxexauófievoi vïiv, / xttpog ixei tysxjrlc ioTi fiósyetpog ïpug (Anthol. Pal. XU. 92. 7).

15. coronatae . . . carinae: na een voorspoedige zeereis bekranste men de schepen, vgl. Verg. Georg. L 303 ceu pressae cum iam portum tetigere carinae, / puppibus et laeti nautae imposuere coronas.

18. Syrtes: de Syrtes zijn twee gevaarlijke golven aan de Noord-kust van Africa, de Syrtis minor (golf van Cabes) in het Westen, de Syrtis maior (golf van Sidra) in het Oosten; hier «*» „gevaren".

17. resipiscimus: resipisco mm „tot zich zelf komen", vgL Plaut Mil. 1834 waar, als een meisje flauw valt, een der aanwezigen tot den luitenant zegt ne interveneris j quaeso, dum resiplscit.