Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

222

vulneraque ad sanum nunc coiere mea. mens bona, si qua dea es, tua me in sacraria dono: exciderant surdo tot mea vota IovL 20

IV. 1.

Dit origineele gedicht bestaat uit twee gedeelten; in het eerste deel (vs. 1—70) geelt de dichter zijn voornemen te kennen, om de oude verhalen, die aan de gebouwen van Rome verbonden zijn, Rome's oude gebruiken en gedenkwaardige dagen te bezingen. Vooraf verhaalt hij, hoe het machtige Rome eenmaal een onbeduidend stadje was, nog kleiner dan Bovillae of Gabii. „U le dit en une série de vers superbes, qui réussissent a 1'emporter sur un passage analogue de Tibulle, les vers 19—64 de la 5e élégie du Ue Uvre, dans lesquels ne manquent cependant ni 1'ame ni la vigueur et dont la beauté romaine n'était pas facile a surpasser" (Plessis). Propertias heeft echter zijn plan niet tot uitvoering gebracht; hij voelde zich niet berekend voor die taak; in het tweede deel (vs. 70—150) heelt hij daarom op vernuftige wijze zijn verontschuldiging daarvoor in den mond gelegd van een astroloog, Horus, die op grond van zijn „wetenschap" met de woorden

at tu finge elegos, fallax opus, (haec tua castra), scribat ut exemplo cetera turba tuo de erotische poëzie aanwijst als het eigenlijke terrein van den dichter.

Hoe quodcumque vides, hosjoes, qua maxima Roma est,

ante Phrygem Aeneam collis et herba luit; atque ubi Navali stant sacra Palatia Phoebo,

18. ad sanum ... coiere t „hebben zich gesloten"; vgl. Ov. Trist IV. 4. 41 neve retractando nondum coeuntia rumpam \ vulnera.

19. mens bona t „gezond verstand"; Mens bona werd te Rome inderdaad als godin vereerd; haar tempel bevond zich naast den tempel van Venus Erycina op het Capitool, vgL Liv. XXU. 9. 10; Ov. Fast VL 241.

IV. 1. 1. hospes i de dichter stelt het voor, alsof hij vanaf een hoogte (den Palatinus) een vreemdeling Rome toont dat zich in de verte uitstrekt

3. Navali Phoebo i de tempel van Apollo op den Palatinus werd door Augustus gesticht als een herinnering aan Actium.