Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

240

fabor et antiqui limina capta Iovis. lucus erat felix hederoso conditus antro,

multaque nativis obstrepit arbor aquis, Silvani ramosa domus, quo dulcis ab aestu 5

fistula poturas ire iubebat ovea hunc Tatius fontem vallo praecingit acerno

fidaque suggesta castra coronat humo. Quid tum Roma fuit, tubicen vicina Curetis

cum quateret lento murmure saxa Iovis, 10 atque ubi nunc terris dicuntur iura subactis,

2. Umina . . . Iovis t de tempel van den Capitolijnschen Iuppiter.

3. lacus t het Capitool, oorspronkelijk de Tarpeïscheberg genoemd, bestaat uit twee toppen, den Noord-Ooetehjken met de arx (60 M.), den Zuid-Westelijken met 't Capltolium (46 M.), die door een inzinking inter duos lueoe (37 M.) gescheiden zijn. Op deze inzinking denkt de dichter zich den lucus cum antro hederoso. Het leger van Tatius bevindt zich op 't Forum (vs. 11). Aan de zijde van den Campus Martius had de heuvel een steüe helling (zie va. 88).

Vert. „er was in een met klimop begroeid ravijn (antrum) een eenzaam gelegen (conditus) welig bosch".

4. nativis . . . aquis: uit de inrfnlring inter duos lucos ontsprongen beekjes en bronnen, door het regenwater gevoed. Hoe vochtig en waterrijk de geheele streek was, bewijzen, behalve vs. 4, de verzen 48 en volgende tu cape spinosi rorida terga iugi. \ lubrica tota oiast et perfide, quippe tacentes / /aüaci celat limite semper aquas.

5. sUvanis de god van 't woud.

6. fistula . . . ovesi nl. aan de zijde der Sabijnen.

7. Aan de laaggelegen zijde moest de toegang tot de bron openstaan voor de dagetijks naderende kudden; aan den hooggelegen kant stroomde 't water toe en voedde de bron niet uit één beek, maar uit verscheidene stroompjes, die tezamen (vs. 24) amnis worden genoemd. Tatius maakte slechts aan den zijkant een insluitmuur, om de schapen en de paarden, die uit die bron dronken (14), eenigszins tegen de uitvallen der Romeinen te beveiligen.

8. coronat i coronare „rondom insluiten-, vgl. Ovid. Met. V, 388 süua coronat aquas cingens latus omne. Hda s proleptisch

9. Curetis: adiectivum gevormd van Cures, de voornaamste stad der Sabijnen.

10. lento i „langdurig''.