Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

254

IV. 7.

Cynthia's schim verschijnt kort na haar dood aan Propertius in den droom en verwijt hem zijn harteloosheid en ongevoeligheid bij baar sterven en begrafenis. Zij deelt hem haar wenschen mede voor de behandeling van haar slaven en verzoekt hem voor haar graf te zorgen. „Die weiche Stimmung einer milden, entsagenden Trauer ist mit höchster Kunst in der ganzen Elegie festgehalten. Die Tote fühlt, dasz sie schon vergessen ist, und empfindet das Bittere dieser Gleichgültigkeit, zu der ihre eigene, auch nach dem Tode noch fortdauernde Liebe den Gegensatz bildet" (Rothstein). „Een Cynthia-lied dieper en inniger dan al de andere in dit boek" (Hartman).

Sunt aliquid Manes: letum non omnia ïinit, luridaque evictos effugit umbra rogos.

Cynthia namque meo visa est incumbere fulcro murmur ad extremae nuper humata viae,

IV» 7. 1. Sant aliquid manes t „de dooden leven", „er is een hiernamaals", vgl. Achilles' woorden bij Homerus, Ilias XXUI, 103, wanneer de schim van Patroclus hem verschijnt: iï> XÓTOI, ij pa Tif, ÏOTt y.xi iv 'AfiSao SópioiUt I tyu/k %au ztdu>/\ov. In de 5de elegie van het 3de boek vs. 46, 46 staat de dichter sceptisch tegen over de onsterfelijkheid van de ziel.

2. luridaque . . . umbra t luridus „lijkkleurig", „doodsbleek", vgl. Ovid. Metam. XIV, 747 luridaque arsuro portabat membra feretro.

evictos . . . rogos t ■» rogos ab umbra victos — rogos qui manes domare non possunt, vgl. Aeschyl. Choeph. 322 tÉkiw, Ippóuinpux toü Sxvóvroq ou Sapiaè^ei Trupoc piaXtpa. yvaSoc. Het gebruik van evictos is proleptisch en pleonastisch.

3. Cynthia verschijnt voor 't bed van den slapende en buigt zich over hem heen, om met hem te spreken, vgl. Hom. Ilias, U, 20 lttt) 8 &p UTep yaipaXTiq, Tibull. H, 6, 37 ne tibi neglecti mittant mala somnia manes / maestaque sopitae stet soror ante torum.

4. murmuri = strepitum praetereuntis populi. extremae . . . viae* extrema via „de rand van den weg". De dichter zelf spreekt Hl, 16, 25. 26 den wensch uit, dat hij niet moge begraven worde terra . . . frequenti, / qua facit assiduo tramite vulgus iter. Cynthia's graf lag (zie vs. 81, 82 van deze elegie) aan de via Tiburtina, niet ver van de stad Tibur, waar Cynthia volgens UT, 16, 2 verblijf hield.