Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17

Zijn stramme knieën strekken zich moeizaam. Hl]i voelt de -ware last drukken op zijn afgemat lichaam, maar hij schuift ich weer in den drom en zeult zwijgend mee. i Frans Pommer tracht wakker te blijven. Hij voelt wel een Ltfe vreemde schaamte, gedragen te worden, maar door zijn Herwarde denken winden zich mooie droombeelden van moeder, van roode bloemen en rood vuur.

De drom gaat voort. Hier valt er een. Daar weer een.

De bevroren sneeuw knoerpt eentonig onder de zware voetstappan. ...

Een oogenblik nog had Jean Larousse in de verte over de ILlo-rauwe nachtelijke sneeuwvlakte heen Napoleons ruitertroep Knieuw zien verschijnen en naderbij komen. Hij was weer verdwenen ook. Mogelijk had de keizer den weg verloren en getracht, door een eindweegs terug te rijden, dien weer op te

•joren. • . . ,

Het hart van den Franschman had gepopeld van verlangen. ... ■wam hij terug, de keizer? 't Moest wel. Napoleon mocht met duchten, Napoleon mocht alleen overwinnen.

Als hè maar terugkwam, als hij maar zeide: „Terug, mannen, we gaan den Rus weer opzoeken. Hier zijn zwaarden en paarden.

Her is eten en moed!" Ah, dan zouden de lompe beren het

weten, wat soldaten van Napoleon nog kunnen, als hun keizer En aanvoert, als ze weer hun juichend „Vive 1'empereur! mogen uitbulderen over de velden.

■Larousse had gelachen, 't Was een bittere grijns.

Overwinnen? Nu nog? Dwaasheid. Alles was verloren!

't Geloof in de macht van zijn keizer was niet geschokt, maar I wat waren 't voor soldaten, die zich hier voortsleepten? Jonge | broekjes uit alle landen bijeengehaald, die den keizer vreesden, als laffe honden den drijver, maar hem niet liefhadden. Als t

maar eens allemaal Franschen waren, echte, trouwe, dappere

: Franschen, ja, dan.... dan....

■Och! Mismoedig hadden zijn oogen in de verte getuurd.

Bittere dwaasheid was 't, nog te hopen. En toen de ruitertroep weer verdween, was er een vreemde i bangheid in zijn ziel gekomen. De keizer was teruggekeerd en

• ' toch weer heengegaan Zou 't zoo ook gaan met nieuwe legers,

l die voor de eer van den keizer zouden strijden?

!„'n Slecht voorteeken, sire," mompelde hij. Van Hollandsen* Jongen! in den Franschen Tijd. 2

Sluiten