Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

SCHOOLJONGENS.

't Was een triestige Aprildag van 1813.

In t dompige schoolvertrek met zijn lage balkenzolderintj en zijn kleine, beslagen vensters, heerschte een luid geroezemoes van stemmen.

't Waren de leerlingen van den ouden meester Volkertsz, die l \ oogenbhk dat de schoolmonarch zich verwijderd had, gretig gebruik maakten hun speelzucht bot te vieren

£lAyertrek SC,he,me,rde1!t al: ec,n «unstige gelegenheid te meer.

m.V^ lCen*-!nkelI le^hn? Wf,rkte door aan ziïn schoonschrift met de kunstig gedraaide krullen en gekleurde letters, maar moest t spoedig opgeven. Zijn minder ijverige makkers stoeiden en ravotten zoo om hem heen, dat de lange, vervelooze bank dodeinde als een zeeschip. En een ander, die in een hoekje nog ijverig zijn les zat op te brommen, om haar van buiten te leeren, werd al spoedig het boek tegen den neus geklapt.

Zel^e- nU n°,g aI,s ,de baas weé was? °at was immers een oogenblikje van heerlijke vrijheid, en *t gestoei en 't gelach was juist zoo leuk, omdat het eigenlijk niet mocht. . Als de oude meester terugkwam en hij merkte 't, bergde je dan'

Zoo even te voren had meester Volkertsz met zijn looden liniaal een fikschen tik op den katheder1) gegeven en gezegd, op deftige schoolmeestersmanier: „Ik verlang nadrukkelijk, dat gij u zeer rustig, ordelijk en arbeidzaam zult betoonen, tijdens mijn korte afwezigheid, verstaat ge wel?"

Ja, verstaan hadden ze *t, maar in menig oog tintelde even

JJ ?6 Katheder was het deftiée zitgestoelte van den schoolmeester. Het had v!L> n lessena.af en..was voorzien van een grooten inktpot, een bos roed fTk' Sch",fpapi*' tabakspot en - niet te vergeten - etn

Sluiten