Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontzien, vergeten ook zijn grootvader, die hem een ruw optreden tegen Jacques Duvoiré wel zeer kwalijk zou nemen.

val, maar hij was te trotsch om zijn bangheid te doen blijken. Hij trachtte te ontwijken.

„Blijf af van mijn kleer Ik zal zeggen het tegen monsieur l)

en tegen mon papa."

„Papa? Wat papa? Begin nu eens.... Je durft niet!"

Bonk! Daar had Jacques een stomp te pakken, dat hij tegen den katheder bonsde. De looden liniaal van meester Volkertsz sloeg tegen den grond, en een van Jacques' vleiers, Chris Volder, een magere opgeschoten bleekneus, duwde die den Franschman in de hand en zei:

„Pak aan, en ransel dat ventje weg...."

Jan was een korte, maar stevig gebouwde knaap van veertien jaar.

Hij sloeg niet eens acht op de plotselinge hulp, die Jacques kreeg, en vóór deze de liniaal kon gebruiken, had hij opnieuw een stomp te pakken, waardoor zijn looden wapen hem uit de hand viel.

,,0.... ooh!" kreunde hij, meer van nijd dan van pijn, en trachtte weg te komen. „Ik zal...."

Hij zag nu alleen dien verwaanden Franschen windzak, die hem getrapt had en bejegend alsof hij een vuile straatjongen was. De lang verkropte vijandschap barstte los.

Hij vloog op Jacques toe, duwde hem ruw den schouder tegen de borst en snauwde: „Toe, leelijke Fransoos, raak me nou nog eens aan, als je durft. Toe dan!"

De Fransche knaap verbleekte. Hij schrok van Jan's woesten aan-

]) Meester, mijnheer.

Sluiten