Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

TOEN T NACHT WAS GEWORDEN.

Meester Volkertsz woonde in Utrecht. Zijn jarenlang schoolmeesterschap had hem tot een bekend — en geacht — burger gemaakt.

In den tijd der Patriotten was hij een vurig Oranjeman geweest; maar toen de Franschen in 1795 in 't land kwamen, de Prins vluchtte, en de verdwaasde Hollanders tierden en juichten van geluk, om de „vrijheid, gelijkheid en broederschap", die met de Fransche vrienden dan toch eindelijk gekomen was, had hij zich in zijn stille schoolmeesterslèven teruggetrokken.

Maar de liefde voor het oude Oranjehuis was niet gestorven in zijn hart; zijn afkeer van alles wat Fransch was, .scheen al sterker geworden, en, waar voorzichtigheid het toeliet, in huisgezin of vriendenkring liet hij nooit na van die liefde voor het eene, van dien afkeer van het andere te getuigen.

Wie hem goed kenden, wisten wel, dat de oude meester nog dezelfde vurige Oranjeman van vroeger dagen was, en dat de dwingelandij van den Franschman zijn afkeer tot haat had aangewakkerd.

Velen, ook de hooggeplaatsten, hadden zich niet alleen onder 't Fransche juk gebogen, maar de heerschers zelfs gevleid, hen in alles naar de oogen gezien, omdat ze er voordeel in zagen. Meester Volkertsz niet. Hij gehoorzaamde slechts, omdat hij gehoorzamen moest. ,

Maar — mochten er eens betere tijden aanbreken.... de oude schoolmeester stond op wacht; en hij wist, dat hij, ook in Utrecht, veel vrienden had.

De vermoedens van den onder-commissaris, dat het schooltje

Sluiten