Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HM

„Jan.... hoor dan!".... Het fluiten klonk weer, luider en ■geduldiger....

O wee, 't was grootvader niet, hoor maar! 't Was een andere,

n vreemde, een jongere stem. ■Jan dook terug achter 't muurtje, strekte zijn handen naar Rn schatten uit als moest hij ze beschermen voor dat geheimInnige.

Wie riep daar dan toch? Hü, wat akelig! Waar kwam dat epen toch vandaan? Hier, tusschen al die hoeken en hoogten

wt scheen 't wel, of 't geluid van twee, drie kanten tegelijk kwam. Maar 't moest een bekende zijn, die riep, want hij kende Jan's

lam.

■„Jan!.... Luister dan toch;.... hiérheen, vlug dan, jö!" Opeens trof nog een ander geluid Jan's luisterend oor, een duid dat hem hevig ontstellen deed. Ja, 't was duidelijk het >enkleppen van een deurtje van het zoldervenster en een donker :brom van mannenstemmen.

„De Franschen komen 't dak op!" bonsde 't in Jan's hersens. „Jan.... hier! Kijk dan hierheen!" riep de fluisterstem al Iringender en er werd ergens op de ruiten gebonsd.... Ha! Daar, daar was 't!. ... Jan zag het.

Een vreemde mengeling van schrik en van blijdschap vervulde m's hart.

Daar zag hij, spookachtig vreemd, schuin tusschen een paar iken door, iemand ^1 nachtgewaad voor een donker, half

lopend raam staan en allerlei wilde grimassen maken, zeker

m Jan's aandacht te trekken, 't Was baas De Roever, de gementhouder uit „de Posthoorn", die drie huizen voorbij

rootvader woonde, en wiens woning, door uitbouw achter, dicht

>an 't schoolmeestershuis grensde. Toen De Roever merkte, dat Jan eindelijk toch in de goede chting keek, wenkte hij hem ongeduldig, nader te komen en uister schreeuwde: r „Toe dan, fongen.... treuzel niet, kom gauw, gauw dan!. ...

a, ja, voorzichtig! Goed zoo, spring maar op dat afdakje.."

Jan had zijn bundeltje snel opgepakt en was, zonder lang idenken, tusschen daken en schoorsteenen door, over een lager

■dakje heen, ijlings in de richting van den roependen buurman

Iklauterd. Hij hoorde de mannenstemmen al duidelijker en ;rnam ook 't geluid van zware voetstappen in de knoerpende

akgoot.

Sluiten